Geschiedenis van de molen
De windkorenmolen “De Geregtigheid” kent een lange voorgeschiedenis. Op de huidige plek aan de Valkenburgseweg hebben vroeger maar liefst 3 typen molens gestaan. Uit een lijst van gronden die toebehoorden aan Philips van Wassenaer, burggraaf van Leiden blijkt dat de molen voor 1360 een weide bezat bij de molen. In het begin van de 15de eeuw behoort de molen tot de goederen van de burggraaf van Leiden die hij te leen had van de Graaf van Holland. In die tijd had de Graaf van Holland het alleenrecht om een molen te bouwen en tevens het windrecht bezat.
Het recht van wind berustte toen bij de eigenaar van de grond waarover de wind waaide. Als dit recht was verleend dan kreeg de bezitter van de zo genoemde heerlijkheid het recht om van de inwoners te eisen hun koren nergens anders te malen dan op deze Katwijkse molen. Dit recht heette het dwangrecht. Deze molen was dus toen een zogenoemde dwangmolen.
De eerste bovenkruier
De tweede molen was een zogenaamde bovenkruier die veel steviger op zijn benen stond en een draaibare kap had. Op een oude prent uit die tijd zien we dat deze molen kleiner is dan de huidige molen. Hij had acht kanten en de omloop zat ook een stuk lager. De omloop rustte op zo’n drie meter lange poten. De molen was geheel van hout en gedekt met riet.
Dit type molen heette dan ook een achtkante stellingkorenmolen. Deze molen had in vergelijking met de standaardmolen het grote voordeel dat hij woon- en opslagruimte bood en vanwege zijn hoogte de wieken boven de bebouwing uitstaken. Hierdoor kon hij meer wind vangen. Op deze molen vindt ook het beroemde spookverhaal plaats dat bij de Dorpskerk begint en eindigt bij de molen.
Molen de Geregtigheid
De huidige molen werd in 1740 gebouwd door mulder Hendrik van der Muele. De molen is groter dan haar voorganger en opgetrokken uit gele IJsselsteentjes met voegen van schelpkalk. Deze molen staat er ondertussen al meer dan twee-en-een-halve eeuw. Boven de ingang aan de straatkant bevindt zich ook een afbeelding van een weegschaal, een manhoofd, en jaartal 1740 vergezeld van een gedicht.
Gewigt te licht of te zwaar
Is een grouwel voor den Heer
Maar valsheid in de waar
Dat kwetst de ziele meer
Gesticht door Henderik van der Muele A° 1740
En de eerste steen gelegd
Door Jacobus van der Muele den 24 April
Het is opvallend dat deze molen vele molenaars heeft gekend. Meestal was de molenaar ook eigenaar van de molen. Een enkele keer werd de molen verpacht. In 1938 kwam de molen door allerlei omstandigheden buiten gebruik, maar maalde gedurende de oorlog bij gebrek aan elektriciteit tijdelijk weer lustig op windkracht. In het voorjaar van 1951 werd de molen met steun van het rijk, de provincie en de gemeente Katwijk aangekocht en in 1968 opnieuw grondig gerestaureerd.
De kapvorm is iets gewijzigd en de wieken zijn toen voorzien van het Oudhollandse wieksysteem. Dankzij de gemeente Katwijk is de molen in een zeer goede staat van onderhoud. Als Rijksmonument is de molen maalvaardig en draait geregeld. Zo staat de molen thans als een pronkstuk nabij één van de hoofdwegen van Katwijk. Hopelijk tot in lengte van dagen.